Last modified on 26 March 2014, at 21:02

aanwijzen

DutchEdit

EtymologyEdit

aan +‎ wijzen

PronunciationEdit

VerbEdit

aanwijzen (past singular wees aan, past participle aangewezen)

  1. to point out, indicate
  2. to appoint, designate

ConjugationEdit

Derived termsEdit

AnagramsEdit