Last modified on 26 March 2014, at 23:11

altijd

DutchEdit

EtymologyEdit

From al (all) +‎ tijd (time). Compare Danish altid, Swedish alltid.

PronunciationEdit

AdverbEdit

altijd

  1. always
    Ik word altijd wakker met een wijsje in mijn hoofd    (Kinderen voor Kinderen – Wakker met een wijsje)
    I always wake up with a tune in my head.

AntonymsEdit

Derived termsEdit