Home
Random
Watchlist
Uploads
Settings
Log in
bebroeden
Dutch
Verb
bebroeden
to
incubate
(eggs)
Conjugation
Conjugation of
bebroeden
(weak, prefixed)
infinitive
bebroeden
present tense
past tense
1st person
singular
bebroed
bebroedde
2nd person
singular
bebroedt
bebroedde
3rd person
singular
bebroedt
bebroedde
plural
bebroeden
bebroedden
subjunctive
sing.
1
bebroede
bebroedde
subjunctive
plur.
1
bebroeden
bebroedden
imperative
sing.
bebroed
imperative
plur.
1
bebroedt
participles
bebroedend
(
hebben
)
bebroed
1)
Archaic
.
↑Jump back a section
Read in another language
This page is available in 1 language
Nederlands
Last modified on 7 March 2013, at 14:47