Last modified on 7 April 2014, at 05:22

buitenstaander

DutchEdit

PronunciationEdit

Hyphenation: bui‧ten‧staan‧der

NounEdit

buitenstaander m (plural buitenstaanders, diminutive buitenstaandertje n)

  1. Outsider.
    Voor een buitenstaander is deze tekst niet te begrijpen.
    This text is incomprehensible to an outsider.

AntonymsEdit

Related termsEdit