eigenlijk

DutchEdit

PronunciationEdit

EtymologyEdit

eigen +‎ -lijk

AdjectiveEdit

eigenlijk (not comparable)

  1. actual
    Dit historisch feit wordt gezien als het eigenlijke begin van de opstand tegen Filips II en zijn gouverneur Alva.[1] — This historical fact became seen as the actual beginning of the rebellion against Philip II and his governor Alva.

DeclensionEdit

AdverbEdit

eigenlijk

  1. actually, really, in reality
    Het lijkt op een auto, maar eigenlijk is het een fiets.
    It looks like a car, but it's really a bicycle.
Last modified on 27 March 2014, at 19:58