heilstaat

DutchEdit

EtymologyEdit

heil (prosperity) +‎ staat (state)

NounEdit

heilstaat m (plural heilstaten, diminutive heilstaatje n)

  1. ideal state, utopia
    Maar wat is nou die heilstaat als er muren omheen staan? Als je bang en voorzichtig met je mening moet omgaan? — But what's that ideal state when it's surrounded by walls? If you must handle your opinion fearfully and carefully?     (Klein Orkest – Over de muur)
Last modified on 27 January 2014, at 03:56