het laten afweten

DutchEdit

VerbEdit

het laten afweten (past singular liet het afweten, past participle het laten afweten)

  1. (idiomatic) to let down, to disappoint, to renege (on a promise)
  2. (idiomatic, of a device) to die, to break down, to stop working

ConjugationEdit

Last modified on 21 October 2013, at 22:01