identiteitsbewijs
Dutch
Etymology
identiteit (“identity”) + bewijs (“proof”)
Noun
identiteitsbewijs n (plural identiteitsbewijzen, diminutive identiteitsbewijsje)
Read in another language
This page is available in 1 language
identiteit (“identity”) + bewijs (“proof”)
identiteitsbewijs n (plural identiteitsbewijzen, diminutive identiteitsbewijsje)
This page is available in 1 language