Last modified on 17 September 2013, at 05:06

kostelijk

DutchEdit

AdjectiveEdit

kostelijk (comparative kostelijker, superlative kostelijkst)

  1. fantastic, enjoyable
    Deze peer heeft een kostelijke smaak. ― This pear has a fantastic taste.

DeclensionEdit

AdverbEdit

kostelijk

  1. fantastically, enjoyably
    Ik heb me kostelijk vermaakt. ― I had a great time.