Last modified on 11 April 2015, at 02:15

kostelijk

DutchEdit

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

kostelijk (comparative kostelijker, superlative kostelijkst)

  1. fantastic, enjoyable
    Deze peer heeft een kostelijke smaak. ― This pear has a fantastic taste.

DeclensionEdit

AdverbEdit

kostelijk

  1. fantastically, enjoyably
    Ik heb me kostelijk vermaakt. ― I had a great time.