Last modified on 11 April 2015, at 15:32

onoverwinnelijk

DutchEdit

EtymologyEdit

on- (un-) +‎ overwinnen (conquer) +‎ -lijk (-able)

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

onoverwinnelijk (comparative onoverwinnelijker, superlative onoverwinnelijkst)

  1. invincible

DeclensionEdit