onoverwinnelijk

DutchEdit

EtymologyEdit

on- (un-) +‎ overwinnen (conquer) +‎ -lijk (-able)

AdjectiveEdit

onoverwinnelijk (comparative onoverwinnelijker, superlative onoverwinnelijkst)

  1. invincible

DeclensionEdit

Last modified on 8 September 2013, at 17:35