Last modified on 24 March 2015, at 12:29

onoverwinnelijk

DutchEdit

EtymologyEdit

on- (un-) +‎ overwinnen (conquer) +‎ -lijk (-able)

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

onoverwinnelijk (comparative onoverwinnelijker, superlative onoverwinnelijkst)

  1. invincible

DeclensionEdit