onvermijdelijk

DutchEdit

EtymologyEdit

on- +‎ vermijden +‎ -lijk

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

onvermijdelijk (comparative onvermijdelijker, superlative onvermijdelijkst)

  1. inevitable

DeclensionEdit

Last modified on 29 March 2014, at 14:55