pluimen
Dutch
Noun
pluimen
Verb
pluimen
- (transitive) To remove the plumage from, as before cooking a bird
- (figuratively) (transitive) To skin financially
- Nadat hij zijn vader jarenlang had gepluimd hoopte hij vergeefs op een vette erfenis
- After skinning his dad for years, he hoped in vain for a fat inheritance
- Nadat hij zijn vader jarenlang had gepluimd hoopte hij vergeefs op een vette erfenis
Conjugation
Conjugation of pluimen (weak)
Synonyms
- kaalplukken
Antonyms
- pluimen laten
Derived terms
- gepluimd (adjective)
Related terms
- pluimage n