• Home
  • Random
  • Watchlist
  • Uploads
  • Settings
  • Log in

    voorbereiden

      Dutch

      Etymology

      voor +‎ bereiden

      Pronunciation

      • Audio
        Sorry, your browser either has JavaScript disabled or does not have any supported player.
        You can download the clip or download a player to play the clip in your browser.
        (file)

      Verb

      voorbereiden

      1. to prepare

      Conjugation

      Conjugation of voorbereiden (weak, separable)
      infinitive voorbereiden
      main clause subordinate clause
      present tense past tense present tense past tense
      1st person singular bereid voor bereidde voor voorbereid voorbereidde
      2nd person singular bereidt voor bereidde voor voorbereidt voorbereidde
      3rd person singular bereidt voor bereidde voor voorbereidt voorbereidde
      plural bereiden voor bereidden voor voorbereiden voorbereidden
      subjunctive sing.1 bereide voor bereidde voor voorbereide voorbereidde
      subjunctive plur.1 bereiden voor bereidden voor voorbereiden voorbereidden
      imperative sing. bereid voor
      imperative plur.1 bereidt voor
      participles voorbereidend (hebben) voorgebereid
      1)Archaic.

      Derived terms

      • voorbereiding

      Anagrams

      • bereiden voor
      ↑Jump back a section

      Read in another language

      This page is available in 4 languages

      • Français
      • Bahasa Indonesia
      • Malagasy
      • Nederlands
      Last modified on 7 March 2013, at 15:54
      • Wiktionary ™

        • Mobile
        • Desktop
      • Text is available under CC BY-SA 3.0; additional terms may apply.
      • Terms of Use
      • Privacy