Last modified on 23 May 2014, at 18:09

zitvlak

DutchEdit

EtymologyEdit

From zitten (to sit) +‎ vlak (plane, surface)

PronunciationEdit

  • (file)
  • Hyphenation: zit‧vlak

NounEdit

zitvlak n (plural zitvlakken, diminutive zitvlakje n)

  1. seat, part of an individual directly involved in sitting, a euphemism for the butt
    Een zeer zitvlak is een ironisch bijverschijnsel van een op het zitvlak gerichte straf voor niet stilzitten in de les
    A sore seat is an ironic byproduct of a bottom-targetted punishment for fidgetting on one's seat in class

SynonymsEdit