achterliggend

DutchEdit

Pronunciation 1Edit

  • IPA(key): /ˌɑx.tərˈlɪ.ɣənt/
  • (file)
  • Hyphenation: ach‧ter‧lig‧gend

AdjectiveEdit

achterliggend (not comparable)

  1. underlying
InflectionEdit
Inflection of achterliggend
uninflected achterliggend
inflected achterliggende
comparative
positive
predicative/adverbial achterliggend
indefinite m./f. sing. achterliggende
n. sing. achterliggend
plural achterliggende
definite achterliggende
partitive achterliggends

Pronunciation 2Edit

  • IPA(key): /ˈɑx.tərˌlɪ.ɣənt/
  • Hyphenation: ach‧ter‧lig‧gend

ParticipleEdit

achterliggend

  1. past participle of achterliggen
InflectionEdit
Inflection of achterliggend
uninflected achterliggend
inflected achterliggende
positive
predicative/adverbial achterliggend
indefinite m./f. sing. achterliggende
n. sing. achterliggend
plural achterliggende
definite achterliggende
partitive achterliggends