Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

ParticipleEdit

afgedwongen

  1. past participle of afdwingen

DeclensionEdit

Inflection of afgedwongen
uninflected afgedwongen
inflected afgedwongen
comparative
positive
predicative/adverbial afgedwongen
indefinite m./f. sing. afgedwongen
n. sing. afgedwongen
plural afgedwongen
definite afgedwongen
partitive afgedwongens