afgekocht

Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

ParticipleEdit

afgekocht

  1. past participle of afkopen

DeclensionEdit

Inflection of afgekocht
uninflected afgekocht
inflected afgekochte
comparative
positive
predicative/adverbial afgekocht
indefinite m./f. sing. afgekochte
n. sing. afgekocht
plural afgekochte
definite afgekochte
partitive afgekochts
Read in another language