afgevraagd

DutchEdit

PronunciationEdit

ParticipleEdit

afgevraagd

  1. past participle of afvragen

DeclensionEdit

Inflection of afgevraagd
uninflected afgevraagd
inflected afgevraagde
comparative
positive
predicative/adverbial afgevraagd
indefinite m./f. sing. afgevraagde
n. sing. afgevraagd
plural afgevraagde
definite afgevraagde
partitive afgevraagds
Read in another language