afgezaagd

Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

afgezaagd ‎(comparative afgezaagder, superlative afgezaagdst)

  1. mundane, commonplace, trite

DeclensionEdit

Inflection of afgezaagd
uninflected afgezaagd
inflected afgezaagde
comparative afgezaagder
positive comparative superlative
predicative/adverbial afgezaagd afgezaagder het afgezaagdst
het afgezaagdste
indefinite m./f. sing. afgezaagde afgezaagdere afgezaagdste
n. sing. afgezaagd afgezaagder afgezaagdste
plural afgezaagde afgezaagdere afgezaagdste
definite afgezaagde afgezaagdere afgezaagdste
partitive afgezaagds afgezaagders
Read in another language