altijddurend

DutchEdit

EtymologyEdit

From altijd +‎ durend.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˌɑl.tɛi̯tˈdyː.rənt/
  • (file)
  • Hyphenation: al‧tijd‧du‧rend

AdjectiveEdit

altijddurend (not comparable)

  1. everlasting

InflectionEdit

Inflection of altijddurend
uninflected altijddurend
inflected altijddurende
comparative
positive
predicative/adverbial altijddurend
indefinite m./f. sing. altijddurende
n. sing. altijddurend
plural altijddurende
definite altijddurende
partitive altijddurends

SynonymsEdit