beroerd

See also: berörd

DutchEdit

EtymologyEdit

From beroeren.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /bəˈrurt/, [bəˈruːrt]
  • (file)
  • Hyphenation: be‧roerd
  • Rhymes: -urt
  • Rhymes: -uːrt

AdjectiveEdit

beroerd (comparative beroerder, superlative beroerdst)

  1. bad, poor, crappy

InflectionEdit

Inflection of beroerd
uninflected beroerd
inflected beroerde
comparative beroerder
positive comparative superlative
predicative/adverbial beroerd beroerder het beroerdst
het beroerdste
indefinite m./f. sing. beroerde beroerdere beroerdste
n. sing. beroerd beroerder beroerdste
plural beroerde beroerdere beroerdste
definite beroerde beroerdere beroerdste
partitive beroerds beroerders

Derived termsEdit

DescendantsEdit

  • Petjo: beroerd

ParticipleEdit

beroerd

  1. past participle of beroeren

DeclensionEdit

Inflection of beroerd
uninflected beroerd
inflected beroerde
positive
predicative/adverbial beroerd
indefinite m./f. sing. beroerde
n. sing. beroerd
plural beroerde
definite beroerde
partitive beroerds

AnagramsEdit