getuigend

DutchEdit

PronunciationEdit

  • (file)

ParticipleEdit

getuigend

  1. present participle of getuigen

DeclensionEdit

Inflection of getuigend
uninflected getuigend
inflected getuigende
positive
predicative/adverbial getuigend
getuigende
indefinite m./f. sing. getuigende
n. sing. getuigend
plural getuigende
definite getuigende
partitive getuigends

AnagramsEdit