Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

EtymologyEdit

This entry lacks etymological information. If you are familiar with the origin of this term, please add it to the page per etymology instructions.

AdjectiveEdit

schaars ‎(comparative schaarser, superlative meest schaars or schaarst)

  1. scarce

InflectionEdit

Inflection of schaars
uninflected schaars
inflected schaarse
comparative schaarser
positive comparative superlative
predicative/adverbial schaars schaarser het schaarst
het schaarste
indefinite m./f. sing. schaarse schaarsere schaarste
n. sing. schaars schaarser schaarste
plural schaarse schaarsere schaarste
definite schaarse schaarsere schaarste
partitive schaars schaarsers

Derived termsEdit

Read in another language