Open main menu

Wiktionary β

See also: Schaars

Contents

DutchEdit

Alternative formsEdit

EtymologyEdit

From Middle Dutch schaers. This etymology is incomplete. You can help Wiktionary by elaborating on the origins of this term.

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

schaars (comparative schaarser, superlative meest schaars or schaarst)

  1. scarce

InflectionEdit

Inflection of schaars
uninflected schaars
inflected schaarse
comparative schaarser
positive comparative superlative
predicative/adverbial schaars schaarser het schaarst
het schaarste
indefinite m./f. sing. schaarse schaarsere schaarste
n. sing. schaars schaarser schaarste
plural schaarse schaarsere schaarste
definite schaarse schaarsere schaarste
partitive schaars schaarsers

Derived termsEdit