schrijnwerker

DutchEdit

PronunciationEdit

  • (file)

NounEdit

schrijnwerker m (plural schrijnwerkers, diminutive schrijnwerkertje n)

  1. (historical) cabinetmaker
  2. (Brabant) carpenter
    (Urbanus Van Anus TV/theater sketch citaat) (breekt een meubelstuk op de scene, half in paniek uitroepend) "Is er dan een 'schrijnwerker' in de zaal!?" (alludeert op dringend verzoek medische hulp)

SynonymsEdit