tegenovergesteld

DutchEdit

PronunciationEdit

  • IPA(key): /teː.ɣənˈoː.vər.ɣəˌstɛlt/, /teː.ɣəˈnoː.vər.ɣəˌstɛlt/
  • (file)
  • Hyphenation: te‧gen‧over‧ge‧steld

AdjectiveEdit

tegenovergesteld (not comparable)

  1. opposite

InflectionEdit

Inflection of tegenovergesteld
uninflected tegenovergesteld
inflected tegenovergestelde
comparative
positive
predicative/adverbial tegenovergesteld
indefinite m./f. sing. tegenovergestelde
n. sing. tegenovergesteld
plural tegenovergestelde
definite tegenovergestelde
partitive tegenovergestelds

Derived termsEdit