zonder twijfel

DutchEdit

EtymologyEdit

Literally, “without doubt”.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˌzɔn.dər ˈtʋɛi̯.fəl/

AdverbEdit

zonder twijfel

  1. undoubtedly, surely, definitely, without doubt
    De bouw van de nieuwe snelweg zal zonder twijfel doorgaan.Ja, en zonder twijfel zullen wij met de geluidsoverlast blijven zitten!
    The construction of the new motorway will definitely go through. — Yes, and undoubtedly we'll be stuck with the noise!

SynonymsEdit