onbruikbaarheid

DutchEdit

PronunciationEdit

Hyphenation: on‧bruik‧baar‧heid

EtymologyEdit

onbruikbaar +‎ -heid

NounEdit

onbruikbaarheid f (plural onbruikbaarheden)

  1. uselessness
Last modified on 14 February 2014, at 11:47