opmerkelijk

DutchEdit

EtymologyEdit

opmerken +‎ -lijk

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

opmerkelijk (comparative opmerkelijker, superlative opmerkelijkst)

  1. remarkable

DeclensionEdit

AdverbEdit

opmerkelijk

  1. remarkably
Last modified on 29 March 2014, at 15:25