rijder

DutchEdit

EtymologyEdit

From rijden +‎ -er

PronunciationEdit

NounEdit

rijder m (plural rijders, diminutive rijdertje n)

  1. A rider, someone who rides.

Coordinate termsEdit

  • rijdster

Derived termsEdit

Related termsEdit

  • lijnrijdster
  • motorrijdster
  • schaatsenrijdster
  • schaatsenrijdstertje
  • zondagsrijdster
  • zwartrijdster
  • wielrijdster
Last modified on 29 March 2014, at 22:34