Last modified on 11 June 2013, at 15:09

trots dat

DutchEdit

EtymologyEdit

Compare German trotzdem and Limburgish tródsget.

AdverbEdit

trots dat

  1. (archaic) anyhow
    Je zult haar, trots dat, toch wel willen zien...? - Ik denk het wel, Lot, glimlachte Elly zacht. - You would want to see her, anyhow, right? - I think so, Lot, said Elly softly. Louis Couperus - Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan pg. 70