gelijkzijdig

DutchEdit

EtymologyEdit

Germanic: gelijk 'equal, identical' + zijdig '-sided' (from zijde 'side' + -ig '-y')

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

gelijkzijdig (not comparable)

  1. equilateral

DeclensionEdit

Derived termsEdit

  • gelijkzijdigheid

Related termsEdit

  • gelijkbenig (adjective)
  • gelijkhoekig (adjective)
  • eenzijdig (adjective)
  • onzijdig (adjective)
Last modified on 28 March 2014, at 01:01