Last modified on 29 March 2014, at 14:05

omstandigheid

DutchEdit

PronunciationEdit

Hyphenation: om‧stan‧dig‧heid

EtymologyEdit

omstandig +‎ -heid. Calque of French circonstance or Latin circumstantia.[1]

NounEdit

omstandigheid f (plural omstandigheden, diminutive omstandigheidje n)

  1. circumstance, condition

ReferencesEdit

  1. ^ J. de Vries & F. de Tollenaere, "Etymologisch Woordenboek", Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht, 1986 (14de druk)