Last modified on 17 September 2014, at 10:16

omstandigheid

DutchEdit

EtymologyEdit

omstandig +‎ -heid. Calque of French circonstance or Latin circumstantia.[1]

PronunciationEdit

  • (file)
  • Hyphenation: om‧stan‧dig‧heid

NounEdit

omstandigheid f (plural omstandigheden, diminutive omstandigheidje n)

  1. circumstance, condition

ReferencesEdit

  1. ^ J. de Vries & F. de Tollenaere, "Etymologisch Woordenboek", Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht, 1986 (14de druk)