Home
Random
Watchlist
Uploads
Settings
Log in
variëren
Dutch
Verb
variëren
to
vary
Conjugation
Conjugation of
variëren
(weak)
infinitive
variëren
present tense
past tense
1st person
singular
varieer
varieerde
2nd person
singular
varieert
varieerde
3rd person
singular
varieert
varieerde
plural
variëren
varieerden
subjunctive
sing.
1
variëre
varieerde
subjunctive
plur.
1
variëren
varieerden
imperative
sing.
varieer
imperative
plur.
1
varieert
participles
variërend
(
hebben
)
gevarieerd
1)
Archaic
.
↑Jump back a section
Read in another language
This page is available in 2 languages
Français
Nederlands
Last modified on 7 March 2013, at 15:45