werkzaam
Dutch
Etymology
Adjective
werkzaam (comparative werkzamer, superlative werkzaamst)
- operative
- hardworking
- employed
- Hij is werkzaam in een winkel.
- He is employed by a store.
- Hij is werkzaam in een winkel.
Declension
Declension of werkzaam
werkzaam (comparative werkzamer, superlative werkzaamst)