bijvoeglijk naamwoord

DutchEdit

EtymologyEdit

Literally, “adjective noun/nominal”.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /bɛi̯ˌvux.lək ˈnaːm.ʋoːrt/
  • (file)

NounEdit

bijvoeglijk naamwoord n (plural bijvoeglijke naamwoorden, diminutive bijvoeglijk naamwoordje n)

  1. adjective

SynonymsEdit

Related termsEdit