DutchEdit

EtymologyEdit

Compound of snert (pea soup) +‎ nimf (nymph).

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˈsnɛrt.nɪmf/
  • Hyphenation: snert‧nimf

NounEdit

snertnimf f (plural snertnimfen)

  1. (Netherlands, historical, nautical) A woman who begged for leftovers from ships.
    • 1882, Eigen Haard, 444.
      De in de eetzaal gereed staande boterhammen met koffie worden dan met vaart verorberd, om des te spoediger naar buiten op den dijk te kunnen gaan wandelen, omstreeks dezen tijd bezet met de zoogenaamde “snertnimfen”, die reeds stof gegeven hebben voor menige hartroerende ode in het jaarboekje der adelborsten.
    • 1932, Uit de eerste marinejaren van Dirk Jan, Batteljee & Terpstra, page 167.
      [] gewoonlijk blijft er genoeg van over om in het Nieuwediep een of meer snertnimfen gelukkig, en in zee een of meer varkens vet te maken.
      (please add an English translation of this quote)
    • 1970, Annie Romein-Verschoor, Omzien in verwondering, Uitgeverij de Arbeiderspers, 23.
      Onder die bomen langs schoven op grauwe winterochtenden als een schimmenspel de ‘snertnimfen’ voorbij, leeftijdloze vrouwen in omslagdoeken en klompen of afgetrapte schoenen, met een emmer in de hand of twee, tegen elkaar rammelend, op het wrakke onderstel van een kinderwagen.