• Home
  • Random
  • Watchlist
  • Uploads
  • Settings
  • Log in

verlenen

Dutch

Etymology

ver- +‎ lenen

Verb

verlenen

  1. to grant

Conjugation

Conjugation of verlenen (weak, prefixed)
infinitive verlenen
present tense past tense
1st person singular verleen verleende
2nd person singular verleent verleende
3rd person singular verleent verleende
plural verlenen verleenden
subjunctive sing.1 verlene verleende
subjunctive plur.1 verlenen verleenden
imperative sing. verleen
imperative plur.1 verleent
participles verlenend (hebben) verleend
1)Archaic.

Derived terms

  • verlening
↑Jump back a section

Read in another language

This page is available in 4 languages

  • Français
  • Malagasy
  • Nederlands
  • Tagalog
Last modified on 7 March 2013, at 15:49
  • Wiktionary ™

    • Mobile
    • Desktop
  • Text is available under CC BY-SA 3.0; additional terms may apply.
  • Terms of Use
  • Privacy