verslijten

DutchEdit

EtymologyEdit

From ver- +‎ slijten

PronunciationEdit

VerbEdit

verslijten (past singular versleet, past participle versleten)

  1. to wear out, fray
  2. to take for
    Verslijt je mij voor een leugenaar?: You take me for a liar?

ConjugationEdit

Last modified on 30 March 2014, at 18:38