Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

Hyphenation: bui‧ten‧staan‧der

NounEdit

buitenstaander m ‎(plural buitenstaanders, diminutive buitenstaandertje n)

  1. Outsider.
    Voor een buitenstaander is deze tekst niet te begrijpen.
    This text is incomprehensible to an outsider.

AntonymsEdit

Related termsEdit