zijn broek verslijten

DutchEdit

EtymologyEdit

Literally, "to wear out one's pants".

PronunciationEdit

  • IPA(key): /zɛi̯n bruk vərˈslɛi̯.tə(n)/

VerbEdit

zijn broek verslijten

  1. (informal) to be seated without doing any useful work
    • 1999, Kris Vanhoeck; Els Van Daele, Werkboek daderhulp: Therapie bij sexueel misbruik, Acco:
      Twee uur per week therapie en daar alleen maar je broek verslijten heeft niet veel zin.
      Two hours of therapy a week but just sitting there without doing anything is quite pointless.
    • 2006, Rik Vanwalleghem, Koarle!: Karel Van Wijnendaele, Lannoo:
      "Jongen, gedaan met broeken te verslijten op de schoolbanken, en te spelen of te ravotten! Ge zult helpen zorgen voor de "kleintjes"" []
      "Boy, it's over sitting idly at the school banks and playing outdoors! You're going to help take care of the "young'uns"" []
    • 2011, Jeanine de Landtsheer, Spreekwoorden; Adagia, Athenaeum, translation of Adagia by Desiderius Erasmus:
      Dienaars brengen er niets van terecht indien hun heer afwezig is; schoolkinderen verslijten alleen hun broek zonder leraar erbij; burgers betekenen niets voor hun land, tenzij het gezag van de vorst hen leidt.
      Servants will not manage anything when their lord is absent; schoolchildren do not do anything useful without a teacher; civilians mean nothing to their country unless the authority of the monarch guides them.

InflectionEdit