aangeklopt

DutchEdit

PronunciationEdit

ParticipleEdit

aangeklopt

  1. past participle of aankloppen

DeclensionEdit

Inflection of aangeklopt
uninflected aangeklopt
inflected aangeklopte
comparative
positive
predicative/adverbial aangeklopt
indefinite m./f. sing. aangeklopte
n. sing. aangeklopt
plural aangeklopte
definite aangeklopte
partitive aangeklopts
Read in another language