Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

ParticipleEdit

achteropgekomen

  1. past participle of achteropkomen

DeclensionEdit

Inflection of achteropgekomen
uninflected achteropgekomen
inflected achteropgekomen
comparative
positive
predicative/adverbial achteropgekomen
indefinite m./f. sing. achteropgekomen
n. sing. achteropgekomen
plural achteropgekomen
definite achteropgekomen
partitive achteropgekomens