Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

ParticipleEdit

afgeluisterd

  1. past participle of afluisteren

DeclensionEdit

Inflection of afgeluisterd
uninflected afgeluisterd
inflected afgeluisterde
comparative
positive
predicative/adverbial afgeluisterd
indefinite m./f. sing. afgeluisterde
n. sing. afgeluisterd
plural afgeluisterde
definite afgeluisterde
partitive afgeluisterds