Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

ParticipleEdit

afgeschermd

  1. past participle of afschermen

DeclensionEdit

Inflection of afgeschermd
uninflected afgeschermd
inflected afgeschermde
comparative
positive
predicative/adverbial afgeschermd
indefinite m./f. sing. afgeschermde
n. sing. afgeschermd
plural afgeschermde
definite afgeschermde
partitive afgeschermds