Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

ParticipleEdit

afgespoeld

  1. past participle of afspoelen

DeclensionEdit

Inflection of afgespoeld
uninflected afgespoeld
inflected afgespoelde
comparative
positive
predicative/adverbial afgespoeld
indefinite m./f. sing. afgespoelde
n. sing. afgespoeld
plural afgespoelde
definite afgespoelde
partitive afgespoelds