Open main menu

Wiktionary β

Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

ParticipleEdit

afvoerend

  1. present participle of afvoeren

DeclensionEdit

Inflection of afvoerend
uninflected afvoerend
inflected afvoerende
comparative
positive
predicative/adverbial afvoerend
afvoerende
indefinite m./f. sing. afvoerende
n. sing. afvoerend
plural afvoerende
definite afvoerende
partitive afvoerends

AnagramsEdit