Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

EtymologyEdit

From al ‎(all) +‎ tijd ‎(time). Compare Danish altid, Swedish alltid.

AdverbEdit

altijd

  1. always
    Ik word altijd wakker met een wijsje in mijn hoofd    (Kinderen voor Kinderen – Wakker met een wijsje)
    I always wake up with a tune in my head.

AntonymsEdit

Derived termsEdit

Read in another language