beroerend

DutchEdit

PronunciationEdit

  • (file)

ParticipleEdit

beroerend

  1. present participle of beroeren

DeclensionEdit

Inflection of beroerend
uninflected beroerend
inflected beroerende
positive
predicative/adverbial beroerend
beroerende
indefinite m./f. sing. beroerende
n. sing. beroerend
plural beroerende
definite beroerende
partitive beroerends

AnagramsEdit