Open main menu

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

From door +‎ gang.

PronunciationEdit

  • (file)

NounEdit

doorgang m (plural doorgangen, diminutive doorgangetje n)

  1. passage
    Het kloofdal was vanwege de rotsbanken en de daarmee samenhangende stroomversnellingen een beruchte doorgang voor de scheepvaart.[1] — The valley gorge was, because of the banks of rocks and the therewith coinciding current accelerations, a notorious passage for navigation.