Open main menu

Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˈɣri.bʏs/
  • (file)

NounEdit

gribus f (plural gribussen, diminutive gribusje n)

  1. (obsolete) prison, clink, slammer
    • 1854, A. Nauta, Emilia van Nassau, prinses van Portugal. Een historisch romantisch verhaal, Gebroeders Diederichs (publ.), 195.
      En wel kwam hem deze voorspraak te stade: want zonder dezelve was hij zeker reeds voor lang geknipt geworden en in de gribus – zoo als hij de gevangenis noemde – teregt gekomen.
    • 1901, Justus van Maurik, "Te veel vergunning. Amsterdamsche Schets.", in Burgerluidjes. Volksuitgave, Van Holkema & Warendorf (1901, 8th edition, 1st edition from 1884), 74.
    • ‘(...) Als hij in den Gribus komt, houden ze hem misschien morgen ook nog. (...)’
      ‘If he ends up in the clink, they might also keep him there tomorrow.’
  2. rickety building
    • 1917, M.J. Brusse, Het rosse leven en sterven van de Zandstraat, W.L & J. Brusse's Uitgevers-Maatschappij (1917, 2nd ed., 1st ed. from 1912), 34 and 35.
      Publieke vrouwen, souteneurs, waarden en bolleboffinnen, die vast een paar keer in de week aangehouden worden en wegens roof verhoord op de politiebureaux, - maar, al zitten er ook bij menigte voor lange jaren veroordeeld: hun listen zijn zóó geslepen, hun samenhang is zóó hecht en wijd vertakt, hun zwijgzaamheid zóó beproefd, dat zij ook vaak weer iederen keer naar hun gribus terug kunnen keeren, bij gebrek aan bewijs.
    • 2009, Sjaak Commandeur, Tot ik jou vind, translation of John Irving, Until I Find you, De Bezige Bij.
      'Het is een gribus waar hij woont,' zei het model dat Jack kende.
      'The place he lives in is a shack,' the model who knew Jack said.
    • 2016, Kristin Hannah, Verder dan de sterren. Intens ontroerende roman over vriendschap en familie, verlies en troost, Meulenhoff Boekerij.
      In plaats daarvan verbleef ik in de gribus die we op dat moment hadden en probeerde het er gezellig te maken.
  3. (by extension) neglected area; poor neighbourhood
    • 1983, Jan Terlouw, De kloof, Lemniscaat, 113.
      Ginder heeft een poosje rondgedwaald in de gribus, met kloppend hart, want hij houdt niet van zulke buurtjes.
      Ginder wandered in the slum for a while, with his heart pounding, because he doesn't like those kinds of neighbourhoods.
  4. (by extension) anything that is old or of inferior quality, especially items
    • 2009, Maarten 't Hart, De vlieger. Roman, De Arbeiderspers.
      En dan zal ik 't nog meemaken dat ik daar met een grijper en een dragline die gribus op mag ruimen. Wat zou ik dan tekeergaan.
  5. (by extension, derogatory) creepy person
    • Erik Bindervoet & Robbert-Jan Henkes, "Apollo meets A3", Groene Amsterdammer, November 8 2003
      "Wat ik schrijf is waar in hogere zin, zei Multatuli al. Daar heb ik die gribus hierboven niet voor nodig."
      "What I write is true in a deeper sense, Multatuli already said that. I don't need that creep above (Apollo) for that."

SynonymsEdit